Geschiedenis

Geschiedenis

Ikonen; een beknopte geschiedenis

Over de geschiedenis van ikonen is al veel geschreven. Ik wil me hier dan ook beperken tot het schetsen van hoofdlijnen. Voor meer uitgebreide informatie kunt u kijken bij de geraadpleegde literatuur en bij de links.

De eerste christenen
Al in de klassieke oudheid genoten beelden van goden en helden een zekere verering. De eerste christenen beschouwden dit als heidens en vermeden daarom aanvankelijk het maken ervan.

Het christendom is vooral een geloof dat geuit wordt in woord en schrift. Daarbij spelen symbolen een rol, zoals afbeeldingen van vissen, druivenranken, palmtakken en vogels. De ingewijden van het, aanvankelijk verboden, nieuwe geloof wisten precies wat de betekenis van dergelijke symbolen was.

Ichtus

In de 2e eeuw verschijnen de eerste christelijke beelden in de onderaardse begraafplaatsen, de catacomben, in Rome.

Op wanden en plafonds van de onderaardse grafkamers, en ook op sarcofagen, worden schilderingen aangebracht die verband houden met de hoop op verlossing, op een leven na de dood. ‘Jonas in de walvis’, ‘Lazarus’ en ‘Daniël in de leeuwenkuil’ worden veelvuldig afgebeeld, evenals Christus als de ‘Goede Herder’.

De Goede Herder

Geleidelijk aan worden ook steeds meer van oorsprong heidense symbolen in de christelijke beeldtaal overgenomen, tot groot ongenoegen van het kerkelijk gezag. Dit leidt bij het concilie van Evira in 306 tot een verbod op het vervaardigen en vereren of aanbidden van beelden.

Constantijn de Grote

Keizer Constantijn
In 313 geeft keizer Constantijn de christenen godsdienstvrijheid, wat tot een grote opleving van de christelijke kunst leidt. Het vereren van relieken en het maken van pelgrimstochten raken in zwang. En in navolging van de keizerlijke cultus worden kerken gebouwd in de vorm van de keizerlijke basilica, met in de de apsis schilderingen en ikonen van Christus, in navolging van afbeeldingen van de keizer. Zoals de keizer door zijn beeltenis in de basilica werd vertegenwoordigd, was Christus in de kerken aanwezig door zijn afbeelding. De kledij van de keizer, de purperen mantel, wordt een teken van de goddelijke waardigheid van Christus. Verder worden  de kerken versierd met afbeeldingen van engelen en van Maria, de moeder van Christus.

Keizer Constantijn verplaatst de hoofdstad van zijn rijk, Rome, naar het meer centraal gelegen Byzantium, dat voortaan ‘Constantinopel’ wordt genoemd. Constantijn roept in 325 het concilie van Nicea bijeen. Daarbij wordt de eerste geloofsbelijdenis vastgesteld en de wezenseenheid van de Zoon met de Vader.

Rijk van Theodosius

Tijdens de regering van keizer Theodosius I (379-395) wordt het christendom staatsgodsdienst.
Bij het concilie van Constantinopel in 381 wordt de Drieëenheid van Vader, Zoon én Heilige Geest gedefinieerd, hetgeen veel invloed op de thematiek van de ikonenschilders heeft gehad.

Kaart Byzantijnse Rijk

In 395, na de dood van keizer Theodosius, wordt het grote Romeinse rijk in tweeën gesplitst, een Oost-Romeins deel met Constantinopel als hoofdstad, en een West-Romeins deel met Rome als hoofdstad. Het West-Romeinse rijk raakt in verval (o.a. door de volksverhuizingen), maar het Oost-Romeinse rijk, het Byzantijnse rijk, maakt een grote bloei door.

Het concilie van Efese in 431 is eveneens belangrijk voor de ontwikkeling van de christelijke ikonografie , omdat daarbij wordt bepaald dat Maria als de ‘Moeder van God’ kan worden beschouwd (Theotokos).

Iconoclasme

Iconoclasme
Wanneer in de 7e eeuw de islam opkomt en de aanhangers daarvan trachten gebied te veroveren, en veel christenen hun hoop gevestigd hebben op de op ikonen afgebeelde heiligen, beseffen de Byzantijnse keizer en veel kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders dat het niet voldoende zal zijn ikonen en beelden van heiligen te vereren als bescherming tegen de invallers. Er zal gevochten moeten worden en daarom wordt het vereren van beelden verboden. Zo ontstaat in 726 het iconoclasme (het verbod op het vereren van beelden).
Maar de tegenstand van ikonenvereerders is groot, zodat er tot 843 (met een onderbreking van 787 tot 810) sprake is van een ikonenstrijd, welke in 843 wordt beslecht ten gunste van de ikonenvereerders.
Deze ikonenstrijd heeft ervoor gezorgd dat er verhoudingsgewijs weinig ikonen van voor 843 bewaard zijn gebleven.

Moeder Gods met de Drie Handen

Er is wel een ikoon die volgens de legende met de beeldenstrijd in verband kan worden gebracht. Dat is de ikoon van de 'Moeder Gods met de drie handen'.
De legende verhaalt dat de monnik en latere kerkvader Johannes van Damascus, die in de 8e eeuw leefde, een drietal geschriften tegen de iconoclasten het licht deed zien (Apologetische verhandelingen tegen degenen die de Heilige Afbeeldingen ontkennen).
In reactie hierop liet de keizer, als straf, zijn rechterhand afhakken, opdat hij niet meer zou kunnen schrijven.
Daarop bad Johannes tot een ikoon van de Moeder Gods van Jeruzalem, die tijdens zijn slaap zijn hand weer liet aangroeien.
Als dank schonk Johannes de Moeder Gods Jerusalimskaja een zilveren votiefhand, die op de ikoon werd vastgemaakt. In later tijden wordt deze 'derde hand' op de ikonen van dit type geschilderd. Vandaar de naam 'Moeder Gods met de drie handen'.

Kaart Ikonencentra Rusland

Rusland
Na 843 breekt er een periode van grote bloei aan voor en de ikoonschilderkunst. Het christendom breidt zich langzaam naar het oosten toe uit. Heel belangrijk voor de kerstening van Rusland is vorst Vladimir van Kiev (956-1015) geweest. Volgens de overlevering heeft vorst Vladimir gezanten gestuurd, o.a. naar Rome en Constantinopel, om verschillende wereldgodsdiensten te onderzoeken en na te gaan welk geloof het beste bij Rusland zou passen. De gezanten menen dit in Constantinopel, in de Aya Sofia, gevonden te hebben: een monotheïistische godsdienst, gekenmerkt door schoonheid.
De grootvorst kiest daarop voor het christendom en laat zichzelf in Chersonesos (Korsun) en zijn onderdanen in de Dnjepr dopen. Bij het christelijke geloof uit Constantinopel horen kruiskoepelkerken en ikonen.  En zo ontstaan er in Rusland belangrijke ikonenscholen, bijvoorbeeld in Kiev en Novgorod, die, hoewel de Byzantijnse vorm en taal worden overgenomen, geleidelijk aan een eigen stijl ontwikkelen.

Scheuring van het Romeinse rijk en de kerk

Intussen is er al eeuwenlang een sluipend proces gaande, waarbij Oost en West steeds verder van elkaar verwijderd raken. Verschil in taal en cultuur (Grieks vs. Latijn), gebrek aan communicatie en verschil in politiek situatie dragen daaraan bij. Dit had in 395 al geleid tot een verdeling in een Oost en een West Romeins rijk. Maar in 1054 zet deze scheuring zich ook voort in de kerk. Afwijkende opvattingen over theologie, liturgie en kerkelijke leer leiden tot vervreemding. Een van de voornaamste strijdpunten is de zogenaamde 'filioque-doctrine'.

In 1453 komt Contantinopel onder Turks bewind en met de val van Contantinopel komt er een eind aan het christelijke Byzantijnse Rijk. De vorst en de metropoliet van Moskou verklaren zich onafhankelijk van de keizer en de grote tijd voor Moskou breekt aan.
Bekende ikoonschilders uit deze periode zijn: Andrej Rublev, Feofan Grek en Dionisij.

In het westen komt de kunst onder invloed van de Italiaanse renaissance. Ook in Moskou ontstaat gaandeweg een nieuwe, meer realistische stijl, wat tot heftige reacties van conservatieve kerkvaders leidt. Omstreeks 1750 scheidt deze conservatieve groep zich af, hetgeen leidt tot het ontstaan van nieuwe schilderscholen, zoals in Palech.

Griekenland
Bij de Turkse veroveringen zijn ook veel ikonenschilders naar Kreta gevlucht, dat onder Venetiaanse heerschappij stond. De ikoonschilderkunst die zich daar ontwikkelt, de zogenaamde Kretenzische school, wordt gekenmerkt door westerse, naturalistische elementen, en beïnvloedt op haar beurt weer de schilders in de kloosters van de berg Athos. Tot op de dag van vandaag wordt daar de traditie in ere gehouden, evenals op de Balkan, waar ook nog steeds op aloude wijze ikonen worden vervaardigd.

Klik hier voor meer informatie over ikonenschilders

Ikonen in de traditie van de portretschilderkunst
In het oude Egypte werden mummies van de elite voorzien van gouden dodenmaskers. Tijdens de Romeinse overheersing (vanaf de eerste eeuw) verviel het land geleidelijk aan tot armoede en maakten de dodenmaskers plaats voor eenvoudiger, op hout geschilderde portretten, die al tijdens het leven werden gemaakt. Na het overlijden werden ze op het gelaat van de overledene gelegd.

Dit paste ook beter bij de overtuiging van de eerste christenen, die met de Romeinse soldaten naar Egypte kwamen. Ook zij lieten hun overledenen, zoals in Egypte gebruikelijk was, mummificeren, maar verwierpen de realistische driedimensionale dodenmaskers omdat de bijbel gesneden en gegoten afbeeldingen uitdrukkelijk verbiedt. Op een plat vlak geschilderde afbeeldingen werden als onrealistischer en meer vergeestelijkt beschouwd en daarom wel toegestaan.

Fayumportret 1         Fayumportret 2

Dergelijke op hout geschilderde portretten worden Fayum-portretten (Fajoem-portretten)genoemd, naar de Fayum-oase (El Fajoem), zo’n 120 kilometer ten zuiden van Caïro, waar een groot aantal van deze tussen de eerste en vierde eeuw vervaardigde portretten is teruggevonden.
Fayumportretten zijn geïdealiseerde afbeeldingen van hoofd, hals en borstaanzet. Wat opvalt zijn de grote, wijd opengesperde ogen met een zeer intense blik, waardoor de afgebeelde persoon iets bovenaards uitstraalt; het is alsof iets uit het hiernamaals zichtbaar wordt. Individuele kenmerken als haardracht, kleding en sieraden zijn echter wel overeenkomstig de aardse status weergegeven.De ogen van de heiligen op vroege ikonen doen sterk denken aan de wijdgeopende ogen van de Fayumportretten.

Daar komt nog bij dat Fayumportretten zowel als vroege ikonen geschilderd zijn in de encaustische techniek. Daarbij werden pigmenten vermengd met hete was en vervolgens op een ondergrond aangebracht (wasverven). Later deed de eitempera techniek zijn intrede en werden voor het schilderen van ikonen (manuscripten en muurschilderingen) pigmenten gebonden met eigeel gebruikt.

Klik hier voor meer informatie over het schilderproces