Schilderproces
De ikonenschilder
- Gegevens
- Categorie: Schilderproces
- Gepubliceerd op vrijdag 29 juli 2011 09:31

De ikonenschilder
Op een ikoon mag alleen worden afgebeeld wat door een mens is gezien, of wat beschreven is. Daar komt nog bij dat het Griekse woord 'grafein' zowel 'schrijven' als 'schilderen' betekent. Dit heeft ertoe geleid dat ikonenschilders ook wel ‘ikonenschrijvers’ worden genoemd.
Ikonen schrijven is eeuwenlang het werk geweest van monniken. Zij werden daarvoor gewijd, en pas na lang vasten durfden ze een penseel ter hand te nemen.
De kunst van het schilderen van een ikoon werd niet zomaar als een creatief proces gezien, maar leek in zekere zin op het proces van de schepping van de wereld.
Zoals God begon met het scheiden van licht en duisternis, begon de ikonenschilder met het aanbrengen van goud (‘licht’) en schilderde hij van donker naar licht.
Kleding en gezichten werden vanuit een donkere ondergrond laagje voor laagje opgelicht.
Vóór de schepping van de mens, schiep God de planten, bomen en dieren. Evenzo begon de ikonenschilder met de rotspartijen, architecturale vormen en kleding, vóórdat hij de gezichten schilderde.
Het schilderen stelde niet alleen grote eisen aan de techniek, maar ook aan de levensstijl van de schilder zelf. Een oude kroniek vermeldt daarover: 'Het betaamt de schilder te zijn: deemoedig, zachtzinnig, rechtgelovig, geen praatjesmaker, geen potsenmaker, niet twistziek, niet afgunstig, geen dronkaard, geen dief, geen moordenaar, en in het bijzonder dient hij ook te bewaren de reinheid, die van de ziel en het lichaam, en dit alles met zorgvuldigheid.'
In de middeleeuwen waren ikonenschilders vaak monniken, maar vooral in later eeuwen werden ikonen ook door leken geschilderd. Voor monniken was het schilderen van een ikoon een liturgische handeling.
Omdat ikonen niet beogen de werkelijkheid weer te geven (maar de onzichtbare spirituele wereld) en het oerbeeld essentieel is voor het wezen van een ikoon, was en is de ikonenschilder gebonden aan tradities en is de ikonenschilder niet vrij de eigen verbeelding te gebruiken.
Zo werd en wordt er veelal gewerkt naar oude ikonen en voorbeeldboeken (hermeneia in het Grieks / podlinnik in het Russisch).
Bekende schilderboeken zijn bijvoorbeeld:
- Het schilderboek van de berg Athos, van Dionysos van Fourna
- Het Stroganov-schilderboek
Regels voor de ikonenschilder
De volgende regels moest de ikonenschilder in acht nemen voordat hij met zijn werk begon:
(Russisch, 16e eeuw)
1. Maak een kruisteken, bid in stilte en vergeef je vijanden.
2. Leg je met liefde toe op ieder detail van de ikoon, alsof je voor het aanschijn van God zelf werkt.
3. Bid gedurende het werk om je innerlijk te versterken. Vermijd vooral ijdele woorden en bewaar het stilzwijgen.
4. Bid in het bijzonder in vereniging met de Heilige van wie je het gelaat schildert. Behoed je geest voor afleiding en de Heilige zal bij je zijn.
5. Als je een kleur kiest, strek dan je geestelijke handen uit naar de Heer en vraag Hem om raad.
6. Wees niet afgunstig op het werk van je naaste. Zijn succes is ook het jouwe.
7. Als je ikoon af is, dank dan God, dat Zijn barmhartigheid je de genade heeft verleend om de heilige ikonen te schilderen.
8. Laat de ikoon zegenen door deze op het altaar te plaatsen. Wees de eerste om ervoor te bidden voordat u haar aan anderen geeft.
9. Vergeet nooit: de vreugde om de ikonen in de wereld te verbreiden, de vreugde van het werk zelf van de ikonenschilder, de vreugde om de Heilige de mogelijkheid te geven om door zijn ikoon te stralen, de vreugde om in gemeenschap te zijn met de Heilige van wie je het beeld schildert.
Gebeden van de ikonenschilder
Er zijn verschillenden gebeden, die voor aanvang van het schilderen gebeden kunnen worden. Het bekendste is het gebed van Dionysos van Fourna:
Heilige God, Heilige Sterke, Heilige Onsterfelijke,
ontferm U over ons.
Heer Jezus Christus, niet te omvatten,
noch te omschrijven in uw goddelijke natuur,
die in de volheid der tijden voor het heil der mensen
uit de Maagd en Moeder Gods Maria op onbegrijpelijke wijze
het vlees hebt aangenomenen
U hebt gewaardigd U te laten uitbeelden.
U die de trekken van uw heilig aanschijn
op de H. doek hebt afgedrukt
en daardoor de ziekte van koning Abgar hebt genezenen
zijn ziel hebt verlicht om U te erkennen.
Ware God, die door Uw H. Geest
de apostel en evangelist Lukas hebt verlicht,
opdat hij de schoonheid van uw reinste Moeder
kon weergeven,
terwijl ze U als een klein kind in de armen hield.
Goddelijke Meester van alles wat bestaat,
verlicht de ziel, het hart en de geest van uw dienaar………..,
geleid zijn/haar hand
opdat deze waardig en volmaakt uw beeld,
dat van uw allerreinste Moeder
en van alle heiligen moge schilderen,
tot uw eer en verheerlijking en tot sieraad van uw heilige Kerk.
Verlos hem/haar van alle bekoringen van de duivel
door de voorspraak van uw allerheiligste Moeder Maria,
van de beroemde apostel en evangelist Lukasen van alle heiligen.
Vergeef de zonden en misstappen van iedereen
die eer brengt en toevlucht zoekt bij deze iconen.
Dat ze hulde brengen aan de Schepper van al het goede.
Moge ons werk een gebed zijn,
en zodoende tot ons en elkanders heil strekken.
Laten we voor ogen houden dat Gods engel ons bijstaat
en dat we onze harten en handen zuiver houden.
Moge ons werk en ons leven
een verkondiging van de blijde boodschap zijn.
AMEN
Meer gebeden voor de ikonenschilder zijn hier te vinden.
Ikonengebeden
O goddelijke Heer van al wat bestaat, Gij hebt de apostel en evangelist verlicht met Uw Heilige Geest, en hem in staat gesteld Uw Alheilige Moeder uit te beelden, zij die U in haar armen gedragen heeft en gezegd heeft:
"De genade van Hem die uit mij geboren is, is verspreid over de gehele wereld.
Verlicht en leid mijn ziel, mijn hart en mijn geest.
Leid de handen van uw onwaardige dienaar, zodat ik waardig en volmaakt Uw afbeelding en die van uw moeder en van alle heiligen kan schilderen tot eer eer, vreugde en sieraad van uw Heilige kerk.
Vergeef mij mijn zonden en de zonden van allen die deze ikoon vereren en die, door er vroom voor te bidden, eer brengen aan wie er op uitgebeeld is.
Bescherm hen tegen alle kwaad en onderricht hen met goede raad.
Dit vraag ik u door de tussenkomst van uw Alheilige Moeder, de heilige Apostel Lucas en alle heiligen. Amen.
*
O hemelse Meester, vurige architect van de gehele schepping, verlicht de ogen van uw dienaar, behoed zijn hart en leid zijn hand zodat hij waardig en volmaakt uw icoon kan uitbeelden, tot eer en schoonheid van uw Heilige Kerk. In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
*
De ikonenschilder beschouwde zich als een instrument van het hogere, een medium tussen hemel en aarde. Daarom zijn ikonen zelden gesigneerd en zijn er relatief weinig namen van ikonenschilders bekend.
Pas in de 16e eeuw, toen de vraag naar ikonen groot werd en ook veel lekenschilders zich toelegden op het vervaardigen van ikonen, werden de artistieke talenten van een schilder belangrijker en werden ikonen, net zoals in de westerse kunst, soms gesigneerd en gedateerd. De westerse invloed had ook een keerzijde: volgens velen raakte de ikoonschilderkunst door de toenemende westerse invloeden in verval.
Bekende ikonenschilders
Andrej Rublev (ca. 1370-1430), Feofan Grek (ca. 1340-1410), Alimpij, Angelo Akotantos, Angelos Bizzamanos, Michael Damaskinos, (werkzaam 1570- 1591), Dionysij (1450-1508), Kozma, Georgij Krug (1909-1969), Emmanuel Lambardos (17e eeuw), Georgios Mitrofanovič (werkzaam 1615-1645), Elia Moschos (17e eeuw), Andreas Pavias (†1504), Theodoros Poulakis (1622-1692), Philoteos Skouphos (17e eeuw), Domenikos Theotokopoulos (El Greco, 1541-1614), Nikolaos Tzafouris (werkzaam 1489-1493), Immanuel Tzanes (1610-1690), Konstantin Tzanes (1627-1685),Kirril Uljanov (Kornilij Ulanov, eind 17e, begin 18e eeuw), Simon Ušakov (1616-1686), Feodor Zubov (ca. 1662).
Διά χειρός
Als je een ikoon schildert, mag je wel op de achterzijde zetten:
Διά χειρός (gemaakt door de hand van…) gevolgd door je naam.
Het schilderproces
- Gegevens
- Categorie: Schilderproces
- Gepubliceerd op vrijdag 29 juli 2011 12:18
Het schilderen van een ikoon is niet zomaar een creatief proces. Het wordt wel vergeleken met het proces van de schepping van de wereld.
Voordat de ikonenschilder daadwerkelijk met schilderen kan beginnen, is er al heel wat voorbereidend werk verricht.
Het schilderproces stapsgewijs in beeld
Voorbereidingen:
1. Een eiken-, beuken- of lindenhouten plankje gladschuren.![]()
2. Een lijmlaag (bijv. huidenlijm) over de hele plank aanbrengen. Vervolgens wordt een linnen of katoenen lapje met deze lijm op de voorzijde van de plank aangebracht. Na drogen worden de overstekende randjes weg geschuurd
![]()
3. Gesso (Levkas) bereiden van huidenlijm, water, krijt, aspirientje en een theelepel honing (au bain Marie). De plank aan voorzijde en zijkanten voorzien van 6 tot 8 lagen van deze grondverf, zo glad mogelijk, afwisselend horizontaal en verticaal.
![]()
4. De plank moet vervolgens goed drogen (een week) en daarna met fijn schuurpapier worden gladgeschuurd. Daarna kan de afbeelding die geschilderd wordt (met zwart carbonpapier of met houtskoolpoeder) op de plank worden overgebracht. Vervolgens worden de contouren met eitempera geschilderd.
![]()
5. Bladgoud aanbrengen op het aureool.
Vergulden
Er zijn twee manieren om een aureool of achtergrond te vergulden: de olievergulding en de water- of polimentvergulding.
Bij olievergulding wordt gebruik gemaakt van mixtion, bestaande uit lijnolie, harsen en siccatief. De mixtion wordt heel dun op een niet-poreuze ondergrond aangebracht. Het bladgoud (vast op vloei) wordt opgelegd als de mixtion nagenoeg droog is. Een olievergulding heeft meestal een matte uitstraling.
Bij polimentvergulden wordt op de ondergrond eerst een laag rode bolus aangebracht. Rode bolus is een mengsel van klei en lijm. Dit wordt als het droog is, heel glad “geschuurd” (met héél fijn schuurpapier of een paardenharen doekje), waarna de laag vochtig wordt gemaakt met ‘netze’ of ‘sealer’. Het bladgoud (los) wordt op een goudkussen met een goudmes in stukjes gesneden en met een statisch gemaakte goudoplegger overgebracht naar het te vergulden oppervlak. Na droging kan het bladgoud gepolijst worden met een agaatsteen. In de bolusondergrond kunnen patronen of figuren worden aangebracht, waarna alleen bepaalde gedeelten gepolijst worden. Omdat de bolus lijm bevat, en in water oplosbaar is, wordt deze manier van vergulden ook wel ‘watervergulding’ genoemd. Polimentvergulden is een secuur en tijdrovend procédé.
Meer over vergulden is te vinden op de site van Atelier Saint André.
Een alternatief vormen de kant-en-klare producten van de firma Kölner (KGGG-systeem)
God begon bij de schepping met het scheiden van licht en duisternis; de ikonenschilder begint met het aanbrengen van goud (‘licht’) en schildert van donker naar licht. Kleding en gezichten worden vanuit een donkere ondergrond laagje voor laagje opgelicht.
Vóór de schepping van de mens, schiep God de planten, bomen en dieren. En zo begint de ikonenschilder met de rotspartijen, architecturale vormen en kleding, vóórdat hij de gezichten schildert.
6. Schilderen.
Met eiemulsie wordt van pigmenten verf gemaakt.
Tempera
Tempera is verfsoort bestaande uit een emulsie (eidooier bijvoorbeeld) met kleurpigment.
Het Latijnse woord ‘temperare’ betekent ‘mengen’. Tempera is naar alle waarschijnlijkheid uitgevonden in de oudheid, in Egypte, toen dat land onderdeel uitmaakte van het Romeinse rijk. Tot in de late middeleeuwen, toen het gebruik van olieverf op kwam, werden schilderingen en verluchtingen van manuscripten in tempera uitgevoerd. Iconen worden traditiegetrouw nog steeds met tempera geschilderd. De meest gebruikte tempera is de eitempera.
Het recept voor het maken van tempera is voor het eerst rond 1390 door Cennino Cennini in zijn boek ‘Il Libro del l'Arte’ opgeschreven.
Als tempera droogt, verdampt eerst het water, waarna de eiwitten van de ei-emulsie denatureren en niet meer in water oplosbaar zijn. Schilderingen gemaakt met tempera kunnen daarom vele eeuwen doorstaan.|
In plaats van eigeel werd soms ook eiwit gebruikt. De emulsie werd ook vaak vermengd met andere stoffen, bijvoorbeeld honing of caseïne, en later ook olie. Men vermoedt dat zo olieverf is uitgevonden.
Nadat olieverf was uitgevonden, vanaf de late middeleeuwen, werd tempera niet veel meer toegepast. Tijdens de Renaissance werden wel nog vaak de onderschilderingen in tempera gemaakt.
Temperaverf is vrij dof, en verkrijgt pas glans door er, na droging, een waslaag of vernis op aan te brengen. Tempera wordt aangebracht op een witte ondergrond van krijt of gips.
De verf droogt snel, kan bederven en is niet transparant. Door arceringen, waarbij heel veel lagen met kleine streepjes over elkaar heen gezet worden, kan de schilder de kleuren in elkaar over laten lopen. Het is daarmee een heel arbeidsintensieve techniek.
Een eierdooier wordt onder de kraan schoongespoeld, of over een velletje keukenpapier gerold, zodat alle eiwit is verwijderd.
In de dooier wordt een gaatje geprikt, waarna het eigeel in een potje kan lopen. Het vliesje van de dooier wordt weggegooid.
Het eigeel wordt vervolgens vermengd met een zelfde hoeveelheid azijn. Dit is het medium, waarmee je de pigmenten mengt. Om te verdunnen gebruik je water.
Een andere methode is een eiderdooier te mengen met een gelijke hoeveelheid gedestilleerd water en 8 druppels natuur- of wijnazijn. Aan dit mengsel voeg je een of twee kruidnagels toe. Dit gaat bederf tegen.
Er zijn ook ikonenschilders die een paar druppels knoflooksap toevoegen. Ei-emulsie kan in de koelkast een aantal dagen worden bewaard. Met deze emulsie maak je verf van de pigmenten: eitempera.
Het schilderen begint met het aanbrengen van een transparante laag oker over de gehele voorzijde en zijkanten van de ikoonplank. Vervolgens wordt de schildering opgebouwd uit vele lagen, over elkaar heen, waarbij de onderschilderingen van invloed zijn op de uiteindelijke kleur. Er wordt geschilderd van donker naar licht.
Als de kleding geschilderd is, worden gezichten, armen en benen, handen en voeten van een donkere, leverkleurige laag verf voorzien. Daarop wordt een oranjerode laag verf aangebracht, waarna er verder wordt opgelicht in heel veel dunne laagjes over elkaar heen. Als laatste worden de inscripties op de ikoon aangebracht.
Meer informatie over inscripties vindt u hier.
7. Afwerking
Nadat de ikoon geschilderd is, wordt na enige tijd een laag eiemulsie aan over de gehele afbeelding aangebracht. Tenslotte wordt de ikoon na ongeveer een half jaar gevernist met een mengsel van witte was en terpentijnolie.
De achterzijde wordt bestreken met wasbeits.
![]()
8. Wijding
Tenslotte wordt de ikoon gewijd.
Voor meer informatie over de wijding van ikonen klikt u hier.
Inscripties
- Gegevens
- Categorie: Schilderproces
- Gepubliceerd op vrijdag 29 juli 2011 13:48
Inscripties en opschriften op ikonen
Naast de op een ikoon afgebeelde heilige(n) of gebeurtenis staat bijna altijd een inscriptie. Deze kan in het Grieks, Kerkslavisch of Latijn zijn, voluit geschreven of in een min of meer afgekorte vorm (abbreviaturen).
Op oude ikonen bestaat de inscriptie meestal uit de eerste of twee eerste letters van de naam van de afgebeelde, of uit de eerste en de laatste letter daarvan. Als een opengeslagen evangelieboek of boekrol is afgebeeld, staat daarin een fragment van een Bijbeltekst.
Er is een nauwe band tussen ikonen en liturgie; gebedsteksten of hymnen komen regelmatig als inscriptie op ikonen voor.
![]()
Ook de randen van ikonen kunnen iinscripties bevatten; dit kan zijn om een afbeelding te verduidelijken of voor educatieve doeleinden.
Soms zijn de letters in de vorm van een kruis geschreven om de zegenende kracht van een ikoon te versterken.
Door de belettering worden ikonen als het ware documenten.
Opmerkelijk is dat oude Russische ikonen Griekse opschriften bevatten; latere Russische ikonen zijn voorzien van Slavische inscripties. Ook de lettervormen variëren in de tijd; van heel simpele karakters in de 12e eeuw tot meer massieve, monumentale letters in de 14e eeuw, en heel verfijnde, cursieve letters in de 15e en 16e eeuw.
Ikonen van Christus zijn altijd voorzien van de inscriptie: IC XC, of IΣ XΣ, afkorting van I(HCOY)C (= Jezus) X(PICTO)C (= Christus)
In de nimbus van Christus staan de letters: HO OO N of ‘O ω Ν, hetgeen betekent: Hij die Is, De Zijnde.
Ikonen van de Moeder Gods bevatten altijd de inscriptie: MP θY, of MHP θY, afkorting van M(HTH)R (= Moeder) θ(EO)Y (= Gods)
De ontcijfering van de inscripties is, mede door alle afkortingen, lang niet altijd eenvoudig. Over inscripties op ikonen is niet zo veel literatuur te vinden. In sommige boeken over ikonen zijn ook de inscripties en hun betekenis opgenomen.
Een goed boek in dit opzicht is:
- Koopman, S., en M. Caan
Iconen; apostelen, evangelisten, profeten en heiligen; tekst en naamverklaringen van 250 heiligen, kleurvoorbeelden en tekeningen.
Verder worden de inscripties ook verklaard in:
- Opdebeeck, J. Metalen Ikonen.
- Holy Image, hallowed ground; icons from Sinai.
Bij alle door mij geschilderde ikonen heb ik geprobeerd de betekenis van de inscripties te achterhalen. Zie hiervoor de afzonderlijke ikonen (Galerie).
Hieronder is een overzicht van veel voorkomende inscripties opgenomen:

Schilderproces
- Gegevens
- Categorie: Schilderproces
- Gepubliceerd op zondag 30 oktober 2011 15:35
Het schilderen van een ikoon op de traditionele manier is een heel proces. Soms wordt ook wel van het ‘schrijven’ van een ikoon gesproken.
Klik voor meer informatie op een van de onderwerpen hieronder.
Wat is een ikoon
De ikonenschilder
Schilderproces
Symboliek
Inscripties
Terminologie
Symboliek
- Gegevens
- Categorie: Schilderproces
- Gepubliceerd op vrijdag 29 juli 2011 13:21
Iconografie en symboliek
Veel van wat er op een ikoon te zien is, heeft een symbolische betekenis:
de wijze waarop de heilige (gebeurtenis) is afgebeeld, de attributen die te zien zijn, het kleurgebruik, hoe de afgebeelde personen ten opzichte van elkaar geplaatst zijn, welke kleding een persoon draagt, de lichaamshouding, de gebaren van de handen. Als je dit alles niet weet gaat veel van de betekenis van een ikoon aan je voorbij.
Daarom wordt er bij de verschillende ikonen in de ikonengalerij uitgebreid op de symboliek in gegaan. Hieronder kunt u meer informatie vinden over de verschillende elementen die een symbolische betekenis hebben.
Handgebaren
De handgebaren van de afgebeelde heilige personen hebben veelal een symbolische betekenis. In de loop van duizenden jaren heeft zich een gebarencanon ontwikkeld, waarvan de betekenis vaststond en door de gelovigen werd begrepen. Zo zijn bijvoorbeeld de volgende zegenende gebaren te onderscheiden:

- Het tweevingerkruis, waarbij ringvinger en duimtop elkaar raken, was van oorsprong een Byzantijns zegenend gebaar en werd in Rusland rond 1000 na Christus overgenomen. De twee vingertoppen die elkaar raken, zijn een verwijzing naar de dubbele natuur van Christus (én menselijk én goddelijk)
Hierbij wordt het Christusmonogram nagebootst als I X C, de I door de pink, de gebogen ringvinger en de middelvinger daarachter vormen de X, de lijn van wijsvinger naar duim de C.![]()
- Bij het vijfvingerkruis raken de toppen van duim, ringvinger en pink elkaar en staan symbool voor de Drieëenheid, de wijs- en middelvinger zijn gestrekt en staan voor de dubbele natuur van Christus.
- Bij het drievingerkruis, ingevoerd door patriarch Nikon in 1654, raken duim, wijsvinger en middelvinger elkaar, en zijn de ringvinger en de pink naar binnen gevouwen, naar de handpalm.
- Verder komt ook nog het Griekse zegengebaar voor, waarbij de ringvinger in de door de duim en pink gevormde opening schuift, terwijl de gebogen middelvinger de gestrekte wijsvinger kruist.
![]()
Dextra Domini:
Op veel ikonen is in de linker of rechter bovenhoek een hemelsegment te zien, waaruit de zegenende rechterhand van God (Dextra Domini) tevoorschijn komt.
Voorbedegebaar:
De handen zijn naar voren gestrekt, dicht bij elkaar. Met dit gebaar vraagt de afgebeelde (bijvoorbeeld de Moeder Gods) bij Christus om vergeving voor de zonden van de mensheid.
![]()
Orante houding:
Een persoon is staand afgebeeld, de armen naar boven uitgestrekt met de handpalmen naar voren. Deze gebedshouding stamt oorspronkelijk uit voorchristelijke tijden. ![]()
Treurend gebaar:
Het hoofd is in de rechterhand gelegd, door de linkerhand ondersteund. Of de wang of de kin wordt met de hand aangeraakt.
Bedekte handen:
In Rome was het gebruikelijk om bij een ontmoeting met hoger geplaatste personen de handen in de kleding te verbergen, als teken van eerbied. Dit is ook vaak op ikonen te zien.
Aposkopein:
Is een houding van gespannen verwachting, waarbij de hand naar het voorhoofd is gebracht.
Perspectief
Wat opvalt aan ikonen, is dat het over het algemeen tamelijk platte schilderingen zijn, met uitzondering van de weergegeven handen en gezichten. Dit heeft voornamelijk te maken met het toegepaste perspectief.
Er wordt in de ikoonschilderkunst namelijk een heel ander perspectief toegepast dan het centrale perspectief, dat in de westerse schilderkunst gebruikelijk is, waarbij evenwijdige lijnen in één punt op de horizon samenkomen.
Omgekeerd perspectief
Op ikonen wordt vaak het omgekeerd perspectief toegepast, waarbij het verdwijnpunt juist vóór de afbeelding ligt en de lijnen als het ware samenkomen op de plaats van de beschouwer. Soms hebben de voorwerpen op een ikoon zelfs allemaal een eigen verdwijnpunt.
Opmerkelijk is ook dat de op ikonen afgebeelde gebouwen vaak helemaal geen verdwijnpunt hebben; alle lijnen lopen evenwijdig. Dit heet parallel perspectief. Er is dan helemaal geen sprake van diepte.
Prominentenperspectief
Wat verder ook nogal eens voorkomt is dat de belangrijkste personen op een ikoon groter worden weergegeven dan de minder belangrijke: het prominentenperspectief
De toepassing van deze vormen van perspectief beïnvloedt mede de uitwerking die het afgebeelde op de kijker heeft en draagt ertoe bij dat de afbeelding niet in tijd en ruimte, zoals wij die kennen, te plaatsen is. Ikonen geven een kijkje in een andere wereld, in een andere werkelijkheid.
Kleurgebruik
Eitempera
Ikonen worden geschilderd in de temperatechniek. Pigmenten (kleurpoeders van natuurlijke stoffen) worden gemengd met eigeel en azijn en verdund met een beetje water.
Pigmenten zijn er in veel verschillende kleuren,die bij het schilderen ook weer gemengd kunnen worden.
Kostbaar purper
Veel voorkomende aardkleuren (fijngemalen gesteenten), zijn relatief goedkoop, andere moeilijk te verkrijgen verfstoffen heel erg duur. Een voorbeeld van dat laatste is Tyrreense purper, dat uit purperslakken wordt gewonnen, en dat op dit moment meer dan 2400 euro per gram kost. Purper, dat al in de oudheid werd gebruikt, was (en is) dus zeer kostbaar, een kleur voor keizers en andere hoogwaardigheidsbekleders, kortom een keizerlijke kleur.![]()
Volgens de overlevering waren de wandtapijten in de tempel van Salomo van purper, droeg Alexander de Grote een purperen mantel en voer Cleopatra in een schip met purperen zeilen over de Nijl. In het Byzantijnse rijk was het dragen van purper alleen voorbehouden aan de keizerlijke familie. Er stond zelfs een tijd lang de doodstraf op het dragen van purper door anderen.
Maar voor het afbeelden van Christus, als heerser over het heelal (Pantocrator), was purper natuurlijk wel toegestaan. De zo kostbare bruinrode, paarse kleur werd bij Christus-ikonen bij het onderkleed toegepast, als symbool voor zijn goddelijke natuur.
Tijdens het concilie van Efeze in 431 werd besloten dat Maria, als de Moeder Gods, en Anna met een purperen mantel mochten worden afgebeeld.
Overigens wordt purper op ikonen meestal nagebootst door het mengen van rood met andere pigmenten, bijvoorbeeld een beetje zwart.
Symbolische betekenis
Maar ook de overige op ikonen gebruikte kleuren hebben een symbolische betekenis.
Zo staat rood voor het leven, de liefde, maar ook voor het bloed van de martelaren, welke dan ook vaak een rood kleed dragen.
Blauw is de kleur van zuiverheid, vroomheid, het paradijs, de hoop, de hemel. Bij afbeeldingen van Christus, die een blauw bovenkleed draagt, is dat symbool voor zijn menselijke natuur. In combinatie met het rode, purperen onderkleed betekent dit dat Christus God is, die mens is geworden.
Bij zijn moeder Maria, is dit net andersom. Zij draagt een blauw onderkleed en een purperen mantel, want zij is een mens die deel heeft gekregen aan de goddelijkheid van haar zoon.
Wit, oker en goud zijn weerkaatsingen van de goddelijke zonneglans. Vaak zijn achtergronden in deze kleuren geschilderd. Iconen laten de beschouwer een glimp opvangen van een andere wereld, een wereld van het goddelijk licht, en worden daarom ook wel vensters op de eeuwigheid genoemd.
Zwart is de kleur van de dood, van de hel en het ‘versterven’ van monniken van de wereld, die daarom vaak met een zwarte mantel worden afgebeeld.
Samenvattend:
- Blauw: zuiverheid, vroomheid, hemel, maar ook de kleur van het menselijke
- Rood: bloed, leven, liefde
- Purper : keizerlijke kleur, kleur van het goddelijke
- Groen: harmonie, groei, vruchtbaarheid, jeugd
- Wit, geel, goud: goddelijke zonneglans
- Zwart: versterving, dood, hel, duivel
Nimbus of aureool
Sinds de vijfde eeuw wordt in de christelijke kunst door middel van een stralenkrans, ook wel ‘nimbus’ of ‘aureool' genoemd, aangegeven dat een afgebeelde persoon heilig is.
Dit gebruik stamt uit het oude China en India, waar goden met een nimbus werden afgebeeld.
Ook de zonnegoden Mithras, Apollo en Helios waren getooid met een nimbus. Een gebruik dat later, toen de Romeinse keizers een goddelijke status verwierven, ook bij het afbeelden van keizers werd toegepast.

In de christelijke kunst werden aanvankelijk alleen de heilige Drie-eenheid (Vader, Zoon en Heilige Geest) en de engelen van een aureool voorzien. Maar dit breidde zich later uit tot apostelen en heiligen.
Op ikonen is het aureool meestal van bladgoud (of bladzilver).
Klik hier voor meer informatie over verguldingen
Het aureool van Christus is een kruisnimbus, waarvan 3 armen achter zijn hoofd zichtbaar zijn. De (rode) dubbele lijnen aan één kant symboliseren zijn twee naturen: hij is én menselijk én goddelijk.
In zijn aureool zijn altijd de letters ‘O ω N (Ho OO N) aangebracht, wat betekent: ‘Hij die Is, De Zijnde’.
God de Vader heeft, als hij is afgebeeld (wat niet zo vaak voorkomt) een achtpuntige ster als aureool, waarvan 7 punten zichtbaar zijn. Deze 7 punten zijn het symbool van de zeven dagen van de schepping; de achtste, onzichtbare punt is het symbool van de eeuwigheid.
Heiligen en apostelen hebben een ronde aureool, zonder tekens of letters. Aureolen kunnen versierd zijn, en bij polimentvergulding bijvoorbeeld deels gepolijst zijn.
Een mandorla is een amandelvormige stralenkrans die de hele persoon omgeeft. Een mandorla komt voor op ikonen van de Tenhemelopneming van de Moeder Gods, Hemelvaart, de Transfiguratie en de Majestas Domini.