Symboliek

Symboliek

Brandende kaarsen

Iconografie en symboliek

Veel van wat er op een ikoon te zien is, heeft een symbolische betekenis:
de wijze waarop de heilige (gebeurtenis) is afgebeeld, de attributen die te zien zijn, het kleurgebruik, hoe de afgebeelde personen ten opzichte van elkaar geplaatst zijn, welke kleding een persoon draagt, de lichaamshouding, de gebaren van de handen. Als je dit alles niet weet gaat veel van de betekenis van een ikoon aan je voorbij.

Daarom wordt er bij de verschillende ikonen in de ikonengalerij uitgebreid op de symboliek in gegaan. Hieronder kunt u meer informatie vinden over de verschillende elementen die een symbolische betekenis hebben.

Handgebaren

De handgebaren van de afgebeelde heilige personen hebben veelal een symbolische betekenis. In de loop van duizenden jaren heeft zich een gebarencanon ontwikkeld, waarvan de betekenis vaststond en door de gelovigen werd begrepen. Zo zijn bijvoorbeeld de volgende zegenende gebaren te onderscheiden:

Twee kruizen gebaar
 
- Het tweevingerkruis, waarbij ringvinger en duimtop elkaar raken, was van oorsprong een Byzantijns zegenend gebaar en werd in Rusland rond 1000 na Christus overgenomen. De twee vingertoppen die elkaar raken, zijn een verwijzing naar de dubbele natuur van Christus (én menselijk én goddelijk)
Hierbij wordt het Christusmonogram nagebootst als I X C, de I door de pink, de gebogen ringvinger en de middelvinger daarachter vormen de X, de lijn van wijsvinger naar duim de C.

Vijfvingerkruis

- Bij het vijfvingerkruis raken de toppen van duim, ringvinger en pink elkaar en staan symbool voor de Drieëenheid, de wijs- en middelvinger zijn gestrekt en staan voor de dubbele natuur van Christus.

Drievingerkruis (handgebaren) 

- Bij het drievingerkruis, ingevoerd door patriarch Nikon in 1654, raken duim, wijsvinger en middelvinger elkaar, en zijn de ringvinger en de pink naar binnen gevouwen, naar de handpalm.

 Zegenend gebaar Grieks

- Verder komt ook nog het Griekse zegengebaar voor, waarbij de ringvinger in de door de duim en pink gevormde opening schuift, terwijl de gebogen middelvinger de gestrekte wijsvinger kruist.
 
Dextra Domini

Dextra Domini:
Op veel ikonen is in de linker of rechter bovenhoek een hemelsegment te zien, waaruit  de zegenende rechterhand van God (Dextra Domini) tevoorschijn komt.

 

Voorbedegebaar

Voorbedegebaar: 
De handen zijn naar voren gestrekt, dicht bij elkaar. Met dit gebaar vraagt de afgebeelde (bijvoorbeeld de Moeder Gods) bij Christus om vergeving voor de zonden van de mensheid.
 
Orantehouding

Orante houding:
Een persoon is staand afgebeeld, de armen naar boven uitgestrekt met de handpalmen naar voren. Deze gebedshouding stamt oorspronkelijk uit voorchristelijke tijden.

Treurend gebaar
 
Treurend gebaar:
Het hoofd is in de rechterhand gelegd, door de linkerhand ondersteund. Of de wang of de kin wordt met de hand aangeraakt.


Bedekte handen

Bedekte handen:
In Rome was het gebruikelijk om bij een ontmoeting met hoger geplaatste personen de handen in de kleding te verbergen, als teken van eerbied. Dit is ook vaak op ikonen te zien.


Aposkopein

Aposkopein:
Is een houding van gespannen verwachting, waarbij de hand naar het voorhoofd is gebracht.

Perspectief

Wat opvalt aan ikonen, is dat het over het algemeen tamelijk platte schilderingen zijn, met uitzondering van de weergegeven handen en gezichten. Dit heeft voornamelijk te maken met het toegepaste perspectief.
       
Er wordt in de ikoonschilderkunst namelijk een heel ander perspectief toegepast dan het centrale perspectief, dat in de westerse schilderkunst gebruikelijk is, waarbij evenwijdige lijnen in één punt op de horizon samenkomen.

Centraal perspectief (1)      Centraal perspectief (2)

Omgekeerd perspectief

Op ikonen wordt vaak het omgekeerd perspectief toegepast, waarbij het verdwijnpunt juist vóór de afbeelding ligt en de lijnen als het ware samenkomen op de plaats van de beschouwer. Soms hebben de voorwerpen op een ikoon zelfs allemaal een eigen verdwijnpunt.

 Oudtestamentische triniteit      Omgekeerd perspectief

Opmerkelijk is ook dat de op ikonen afgebeelde gebouwen vaak helemaal geen verdwijnpunt hebben; alle lijnen lopen evenwijdig. Dit heet parallel perspectief. Er is dan helemaal geen sprake van diepte.

Parallel perspectief
 

Prominentenperspectief

Wat verder ook nogal eens voorkomt is dat de belangrijkste personen op een ikoon groter worden weergegeven dan de minder belangrijke: het prominentenperspectief

Prominentenperspectief


De toepassing van deze vormen van perspectief beïnvloedt mede de uitwerking die het afgebeelde op de kijker heeft en draagt ertoe bij dat de afbeelding niet in tijd en ruimte, zoals wij die kennen, te plaatsen is. Ikonen geven een kijkje in een andere wereld, in een andere werkelijkheid.

Kleurgebruik

Eitempera

Ikonen worden geschilderd in de temperatechniek. Pigmenten (kleurpoeders van natuurlijke stoffen) worden gemengd met eigeel en azijn en verdund met een beetje water.
Pigmenten zijn er in veel verschillende kleuren,die bij het schilderen ook weer gemengd kunnen worden.



Kostbaar purper

Veel voorkomende aardkleuren (fijngemalen gesteenten), zijn relatief goedkoop, andere moeilijk te verkrijgen verfstoffen heel erg duur. Een voorbeeld van dat laatste is Tyrreense purper, dat uit purperslakken wordt gewonnen, en dat op dit moment meer dan 2400 euro per gram kost. Purper, dat al in de oudheid werd gebruikt, was (en is) dus zeer kostbaar, een kleur voor keizers en andere hoogwaardigheidsbekleders, kortom een keizerlijke kleur.


Volgens de overlevering waren de wandtapijten in de tempel van Salomo van purper, droeg Alexander de Grote een purperen mantel en voer Cleopatra in een schip met purperen zeilen over de Nijl. In het Byzantijnse rijk was het dragen van purper alleen voorbehouden aan de keizerlijke familie. Er stond zelfs een tijd lang de doodstraf op het dragen van purper door anderen.
Maar voor het afbeelden van Christus, als heerser over het heelal (Pantocrator), was purper natuurlijk wel toegestaan. De zo kostbare bruinrode, paarse kleur werd bij Christus-ikonen bij het onderkleed toegepast, als symbool voor zijn goddelijke natuur.
Tijdens het concilie van Efeze in 431 werd besloten dat Maria, als de Moeder Gods, en Anna met een purperen mantel mochten worden afgebeeld.
Overigens wordt purper op ikonen meestal nagebootst door het mengen van rood met andere pigmenten, bijvoorbeeld een beetje zwart.



Symbolische betekenis

Maar ook de overige op ikonen gebruikte kleuren hebben een symbolische betekenis.
Zo staat rood voor het leven, de liefde, maar ook voor het bloed van de martelaren, welke dan ook vaak een rood kleed dragen.

Blauw is de kleur van zuiverheid, vroomheid, het paradijs, de hoop, de hemel. Bij afbeeldingen van Christus, die een blauw bovenkleed draagt, is dat symbool voor zijn menselijke natuur. In combinatie met het rode, purperen onderkleed betekent dit dat Christus God is, die mens is geworden.
Bij zijn moeder Maria, is dit net andersom. Zij draagt een blauw onderkleed en een purperen mantel, want zij is een mens die deel heeft gekregen aan de goddelijkheid van haar zoon.

Wit, oker en goud zijn weerkaatsingen van de goddelijke zonneglans. Vaak zijn achtergronden in deze kleuren geschilderd. Iconen laten de beschouwer een glimp opvangen van een andere wereld, een wereld van het goddelijk licht, en worden daarom ook wel vensters op de eeuwigheid genoemd.
Zwart is de kleur van de dood, van de hel en het ‘versterven’ van monniken van de wereld, die daarom vaak met een zwarte mantel worden afgebeeld.

Samenvattend:
- Blauw: zuiverheid, vroomheid, hemel, maar ook de kleur van het menselijke
- Rood: bloed, leven, liefde
- Purper : keizerlijke kleur, kleur van het goddelijke
- Groen: harmonie, groei, vruchtbaarheid, jeugd
- Wit, geel, goud: goddelijke zonneglans
- Zwart: versterving, dood, hel, duivel

Nimbus of aureool

Sinds de vijfde eeuw wordt in de christelijke kunst door middel van een stralenkrans, ook wel ‘nimbus’ of ‘aureool' genoemd, aangegeven dat een afgebeelde persoon heilig is.
Dit gebruik stamt uit het oude China en India, waar goden met een nimbus werden afgebeeld.
Ook de zonnegoden Mithras, Apollo en Helios waren getooid met een nimbus. Een gebruik dat later, toen de Romeinse keizers een goddelijke status verwierven, ook bij het afbeelden van keizers werd toegepast.


 

In de christelijke kunst werden aanvankelijk alleen de heilige Drie-eenheid (Vader, Zoon en Heilige Geest) en de engelen van een aureool voorzien. Maar dit breidde zich later uit tot apostelen en heiligen.
Op ikonen is het aureool meestal van bladgoud (of bladzilver).
Klik hier voor meer informatie over verguldingen


Het aureool van Christus is een kruisnimbus, waarvan 3 armen achter zijn hoofd zichtbaar zijn. De (rode) dubbele lijnen aan één kant symboliseren zijn twee naturen: hij is én menselijk én goddelijk.
In zijn aureool zijn altijd de letters ‘O ω N (Ho OO N) aangebracht, wat betekent: ‘Hij die Is, De Zijnde’.


 

God de Vader heeft, als hij is afgebeeld (wat niet zo vaak voorkomt) een achtpuntige ster als aureool, waarvan 7 punten zichtbaar zijn. Deze 7 punten zijn het symbool van de zeven dagen van de schepping; de achtste, onzichtbare punt is het symbool van de eeuwigheid.

Heiligen en apostelen hebben een ronde aureool, zonder tekens of letters. Aureolen kunnen versierd zijn, en bij polimentvergulding bijvoorbeeld deels gepolijst zijn.

 

Een mandorla is een amandelvormige stralenkrans die de hele persoon omgeeft. Een mandorla komt voor op ikonen van de Tenhemelopneming van de Moeder Gods, Hemelvaart, de Transfiguratie en de Majestas Domini.